IP-adressen zijn op in 2010

Verleden week kwamen de telecom-ministers van de OESO in crisissfeer bijeen in Seoul: hoe moet het met de interneteconomie wanneer de IP-nummers in 2010-2011 uitgeput zijn? Van alle adrescombinaties die mogelijk zijn onder het IP versie 4 protocol, is nu immers nog maar 16% beschikbaar (700 miljoen van de 4,3 miljard adressen). Het aantal benodigde adressen neemt echter exponentieel toe.

Toen het IPv4 (Internet Protocol versie 4) 30 jaar geleden ingevoerd werd, waren er minder dan 500 hosts verbonden met het internet. Toen waren het enkel computers die een internet adres behoefden, tegenwoordig zijn ook allerlei andere toestellen zoals gsm's, spelconsoles, handtoestellen en zelfs koelkasten verbonden met het internet. IPv6, de opvolger van het huidige IP protocol, zou deze nood kunnen oplossen en veel meer adressen kunnen toekennen. Voor de wiskundigen: 2 tot de 128e macht, of 3,4 x 10 tot de 33e. Dat is 2 tot de 52e macht adressen voor elke ster uit ons universum, en meer dan 10 miljard miljard miljard keer het aantal adressen dat IPv4 ondersteunt.

Het blijft echter een situatie van kip en ei: eerst moeten er voldoende toestellen (routers e.d.) IPv6 ondersteunen, vooraleer het ingevoerd kan worden. Maar zolang het niet ingevoerd is, is er bij de fabrikanten van deze toestellen geen voldoende stimulans om ondersteuning voor IPv6 in te bouwen. Momenteel maken slechts enkele onderzoeksinstellingen gebruik van IPv6, alsook de Amerikaanse overheid.

De meeste overheden hebben in hun planning een overgang voorzien tegen 2015, maar dat is te laat, zo menen waarnemers, vermits in 2010 naar schatting alle IP-adressen onder IPv4 reeds uitgeput zullen zijn. De overheden dienen dan ook maatregelen te nemen om een snellere overgang aan te moedigen.